UNIPUR
 |
A. Opslag op de bouwplaats
De Unilin-dakelementen moeten DROOG opgeslagen en verwerkt worden. Zij moeten bij opslag vrijgehouden worden van de grond. De elementen moeten op de werf gestapeld worden zoals deze worden afgeleverd en dit tot op het moment van plaatsing. De bundeling door banden zo lang mogelijk intact laten en slechts losmaken bij onmiddellijke plaatsing. De eventuele verpakking van de stapels met plastiekfolie is voorlopig en kan niet als afdekzeil worden beschouwd. |
B. Montage
1. De Unilin-dakelementen worden doorgaans HAAKS (in de langsrichting van goot tot nok) op de gordingen bevestigd. De gordingen moeten van voldoende sterkte zijn en in de bouwconstructie worden verankerd. Bij niet-haakse plaatsing, gelieve de fabrikant te raadplegen. Het wordt aanbevolen de elementen vóór montage te voorzien van de kunststofafdekprofielen (type Univision) of van de voeglijm (type Fermacell).
2. De Unilin-dakelementen type UNIPUR SPAN, MULTIPLEX, OSB, LAMBRIS of Rf 1/2h : de linker keper is uitspringend, de rechter keper is inspringend. De elementen worden bijgevolg van links naar rechts op het dak aangebracht. Op speciale aanvraag kunnen bepaalde van de bovenvermelde types ook symmetrisch (d.w.z. 2 x inspringend) bekomen worden.
|
 |
|
De Unilin-dakelementen type UNIPUR GYP, UNIVISION, FERMACELL, UNIVISION Rf 1/2h of Rf 1h, UNIPUR AKOESTIEK : bij deze elementen zijn de buitenste kepers beide inspringend, bijgevolg kunnen deze zowel van links naar rechts als van rechts naar links worden geplaatst. Om beschadiging aan de basisplaat van de dakelementen te voorkomen wordt aangeraden de elementen omgekeerd (d.w.z. met de afgewerkte plaat naar boven) over de gordingen te schuiven, eenmaal op de juiste plaats worden deze terug omgekeerd en wordt het voegprofiel (enkel voor het type Univision) op de plaat geschoven. |
3. Bevestiging van de Unilin dakelementen. (zie ook technische uitvoeringsdetails)
Plaats: bij elk snijpunt van een keper met een gording.
3a. De Unilin dakelementen type UNIPUR SPAN, MULTIPLEX, OSB, Rf 1/2h, Rf 1h : alle kepers worden bevestigd met verzinkte getorste nagels. De openingen door de lat en de basisplaat dienen te worden voorgeboord. De middelste kepers kunnen eventueel ook worden bevestigd met verzinkte klemhaken. Deze klemhaken worden langs de keper door de plaat in de gording gedreven tot de haken de lat omklemmen. 1. Ter hoogte van de muurplaat: bevestiging van de middelste kepers met minimum 2 klemhaken. 2. Ter hoogte van de gordingen: bevestiging van de middelste kepers met minstens 1 klemhaak. |
 |
3b. De Unilin dakelementen type UNIPUR GYP, FERMACELL, UNIVISION, LAMBRIS, UNIVISION Rf 1/2h, AKOESTIEK evenals alle wol-elementen type Unilaine: zowel de buitenste als de binnenste kepers worden bevestigd met verzinkte getorste nagels. De opening door de keper en de plaat dienen te worden voorgeboord. 1. Ter hoogte van de muurplaat: bevestiging van de kepers d.m.v. minstens 2 nagels 2. Ter hoogte van de gordingen: bevestiging van de kepers d.m.v. 1 nagel |
 |
 |
4. Afwerking van de langsvoegen.
Een langsvoeg ontstaat door samenvoeging van twee dakelementen. Teneinde deze voegen water-, wind-, en tochtdicht te maken en om isolatieredenen moeten deze direkt na de plaatsing van de dakelementen worden afgewerkt. Deze afwerking gebeurt door het vullen van de langsvoegen (tussen de kepers) met het Unilin-ééncomponent polyurethaanschuim in de spuitbus.
De Unilin-dakelementen type UNIPUR Rf 1h. De afwerking van deze voegen gebeurt door deze op te vullen een brandwerend ééncomponent polyurethaan isolatieschuim met onbrandbaar veiligheidsdrijfgas. |
 |
 |
5. Afwerking van de dwarsvoegen.
Bij samenvoeging van twee elementen in de langsrichting moet de ondersteuning (op een gording) minimaal 30mm zijn. Om het dak regendicht te maken en om de infiltratie van incidenteel voorkomend water onder de dakbedekking tegen te gaan is de afwerking van de dwarsvoegen van zeer groot belang. Tussen de beide elementen wordt een voldoende opening gelaten, welke eerst gedeeltelijk wordt opgevuld met het Unilin-ééncomponent polyurethaanschuim in spuitbus. Daarna wordt de dwarsvoeg volledig opgevuld met een koud verwerkbare bitumenplamuur, waarna de overmaat plamuur wordt gladgestreken. |
Bij gootkonstrukties dient men de nodige voorzieningen te treffen om het onderwater te kunnen afvoeren. (specifieke detailtekeningen verkrijgbaar bij de fabrikant)
7. Afwerking dakvlakraam:
Bij een dakvlakraam wordt het onderdakwater via een profiel (verkrijgbaar bij fabrikant dakvlakraam) naast het raam afgevoerd. Een andere oplossing is het voorzien van een onderdakfolie tot aan de nok over de volledige breedte van het dakvlakraam.
Bij speciale uitvoeringen en dakdetails gelieve de fabrikant te contacteren.
C. Belangrijke opmerkingen :
- Zorg ervoor dat het dak-, wind-, tochtdicht is en daarenboven waterdicht is voor incidenteel water voorkomend onder de dakbedekking. Hiertoe dienen langs- en dwarsvoegen samen met alle andere dakdetails keurig worden uitgevoerd, onmiddellijk na plaatsing.
- De dakbedekking moet zo snel mogelijk na plaatsing van dakelementen worden aangebracht. Bij dakoversteken aan de gooteinden en over de topgevels, moet de onderzijde van de elementen worden beschermd tegen vochtindringing. Bijvoorbeeld door schilderen, bitumeren, betimmering, beplating of folie.
- Ventilatie : Na montage van de dakelementen dienen de onder de kap gelegen ruimtes tijdens het verdere bouwproces voldoende te worden geventileerd. Met name indien tijdens het bouwproces bouwactiviteiten plaatsvinden (bv. tijdens het aanbrengen van plaasterwerken, chapes, e.d.) die een binnenklimaat veroorzaken dat vochtiger is dan tijdens de bewoonde staat gebruikelijk is.
- Tref de nodige voorzieningen tegen indringing van vogels (vooral via de goot en ventilatiepannen) en volg de voorschriften inzake ventilatie tussen dakbedekking en dakelementen.
- Afwerking van de binnenzijde van de dakelementen: rekening houdende met dimensionele veranderingen (afhankelijk van thermohydrische omstandigheden) eigen aan hout en houtachtige materialen kunnen volgende afwerkingen aanbevolen worden:
- de langsvoegen beklemtonen d.m.v. een vellingkant aan de basisplaat en mee overschilderen.
- afdeklatjes op de langsvoegen plaatsen en mee overschilderen.
- textiel, jute, glasvlies en equivalente behangmaterialen zijn toepasbaar. Papierbehang is af te raden, behalve wanneer de voegen speciaal zijn voorbehandeld. Vooraleer behang aan te brengen, moet het dakelement voldoende geconditioneerd zijn, dit betekent dat alle bouwvocht uit de dakruimte moet verdwenen zijn.
- Aanbrengen van schrootjes, gipsplaat of decorpanelen.
Bij verwerking van UNIPUR MULTIPLEX dakelementen (ongeacht de isolatiekern) wijzen wij erop dat, teneinde schimmelvorming van de basisplaat te voorkomen, het gebouw voldoende dient te worden geventileerd. Eveneens raden wij ten stelligste aan zo vlug mogelijk na plaatsing een beschermende afwerkingslaag aan te brengen. Schimmelvorming op de basisplaat kan voorkomen bij vochtigheid hoger dan 23% van de onderste fineerlaag van de multiplexbasisplaat.
SW
A. Opslag op de bouwplaats
De sandwich-dakelementen moeten DROOG opgeslagen en verwerkt worden. Zij moeten bij opslag vrijgehouden worden van de grond. De elementen moeten op de werf gestapeld worden zoals deze worden afgeleverd en dit tot op het moment van plaatsing. De bundeling door banden zo lang mogelijk intact laten en slechts losmaken bij onmiddellijke plaatsing.De eventuele verpakking van de stapels met plastiekfolie is voorlopig en kan niet als afdekzeil worden beschouwd. |
 |
B. Plaatsing
1. De sandwich-dakelementen worden haaks (in de langsrichting van goot tot nok) op de gordingen bevestigd. De gordingen moeten van voldoende sterkte zijn en in de bouwconstructie worden verankerd. De sandwich-dakelementen dienen met de tengels aan de onderzijde op het dak geschoven te worden. Dit om beschadiging aan de basisplaat te voorkomen. Het wordt aanbevolen de elementen voor montage te voorzien van de kunststofafdekprofielen of de houten verbindingsveren afhankelijk van het type. Bij horizontale plaatsing van sandwichelementen, gelieve de fabrikant te contacteren. (o.a. noodzaak van onderdakfolie)
|
|
 |
2. De bevestiging van de sandwichdakelementen bestaat uit één haaknagel ø 5 mm t.p.v. ieder kruising tengel gording en nokgording; 6 schroefdraadnagels ø 4,2 mm met het volgplaatje per element per muurplaat en minimum 3 schroefdraadnagels ø 4.2 mm met volgplaatje per element per gording.
Indien de sandwichdakelementen niet van tengellatten voorzien zijn, bestaat de bevestiging uit minimum 8 schroefdraadnagels ø 4.2 mm met volgplaatje per element per muurplaat en minimum 4 schroefdraadnagels ø 4.2 mm met volgplaatje per element per gording. Voor dakbedekking op basis van bitumen, rubber, EPDM of PVC is het mogelijk geen volgplaatje te gebruiken, rekening houdende met het type sandwichpaneel.
|
3. Voegafdichting en aansluitingen: De langsvoegen worden direct na de bevestiging opgevuld met het Unilin-ééncomponent polyurethaanschuim (of Rf-polyurethaanschuim voor SW-MW met brandweerstand 30 of 60 minuten in spuitbus). Aansluitingen bij de nok goed afdichten met PUR-schuim. Aansluitingen aan omringende constructies, dakdoorbrekingen enz. afdichten met PUR-schuim.
4. Bij gootconstructies dient men de nodige voorzieningen te treffen om het onderdakwater te kunnen afvoeren.
|
|
|
5. Bij een dakvlakraam wordt het onderdakwater via een profiel (verkrijgbaar bij fabrikant dakvlakraam) naast het raam afgevoerd. Een andere oplossing is het voorzien van een onderdak (geperforeerde en gewapende PVC-folie) tot aan de nok over de volle breedte van het dakvlakraam.
6. Bij speciale uitvoeringen en dakdetails gelieve de fabrikant te contacteren. |
C. Belangrijke opmerkingen :
- Zorg ervoor dat het dak regen-, wind-, tochtdicht is en daarenboven waterdicht is voor incidenteel water voorkomend onder de dakbedekking. Hiertoe dienen langs- en dwarsvoegen samen met alle andere dakdetails keurig worden uitgevoerd, onmiddellijk na plaatsing
- De dakbedekking moet zo snel mogelijk na plaatsing van dakelementen worden aangebracht. Bij dakoversteken aan de gooteinden en over de topgevels, moet de onderzijde van de elementen worden beschermd tegen vochtindringing. Bijvoorbeeld door schilderen, bitumeren, betimmering, beplating of folie.
- Ventilatie:
Na de montage van de dakelementen dienen de onder de kap gelegen ruimtes tijdens het verdere bouwproces voldoende te worden geventileerd. Met name indien tijdens het bouwproces bouwactiviteiten plaatsvinden (bv. tijdens het aanbrengen van plaasterwerken, chapes e.d.) die een binnenklimaat veroorzaken dat vochtiger is dan tijdens de bewoonde staat gebruikelijk is.
Bij verwerking van de Multiplex sandwichelementen (ongeacht de isolatiekern) wijzen wij erop dat, teneinde schimmelvorming van de basisplaat te voorkomen, het gebouw voldoende dient te worden geventileerd. Eveneens raden wij te stelligste aan zo vlug mogelijk na plaatsing een beschermende afwerkingslaag aan te brengen. Schimmelvorming op de basisplaat kan voorkomen bij vochtigheid hoger dan 23 % van de onderste fineerlaag van de multiplexplaat.
- Tref de nodige voorzieningen tegen indringing van vogels (vooral via de goot en ventilatiepannen) en volg de voorschriften inzake ventilatie tussen dakbedekking en dakelementen.
- Afwerking van de binnenzijde van de dakelementen:
Rekening houdende met dimensionele veranderingen (afhankelijk van thermohydrische omstandigheden) eigen aan hout en houtachtige materialen kunnen volgende afwerkingen aanbevolen worden: - het schilderen van het dakoppervlak en de langsvoegen beklemtoond d.m.v. een vellinkant aan de basisplaat.
- afdeklatje op de langsvoegen bevestigen en schilderen van het dakoppervlak.
- textiel, jute, glasvlies en equivalente behangmaterialen zijn toepasbaar. Papierbehang is af te raden, behalve wanneer de voegen speciaal zijn voorbehandeld. Vooraleer behang aan te brengen moet het dakelement voldoende geconditioneerd zijn, dit betekent dat alle bouwvocht uit de dakruimte moet verdwenen zijn.
- aanbrengen van schrootjes, gipsplaat of decorpanelen.