Belangrijke opmerkingen tijdens het opmeten

A) Schuine dakvlakken (bijvoorbeeld kilgoten en noordbomen)

  • Steeds met de langste maat rekening houden.
  • De gecombineerde elementen worden op de werf verzaagd.

B) In- en uitspringende zijlatten

  • Zoveel mogelijk proberen symmetrische dakelementen (zie illustratie) gebruiken bij daken met kilgoten en noordbomen.
    De afgezaagde stukken zoveel mogelijk hergebruiken (symmetrisch te vermelden bij opgave maten).
  • Dakelementen die voorzien zijn van de afwerking Lambris, Lambris + of Volige zijn nooit symmetrisch.
  • Sandwich dakelementen zijn altijd symmetrisch (behalve lambris).
  • Asymmetrische elementen dienen in hetzelfde vlak in dezelfde richting te worden gebruikt. (plaatsing van links naar rechts).

C) Scheidingswanden (bijvoorbeeld bij appartementenbouw, koppel- en rijwoningen)

Ter hoogte van een scheidingswand dient alles onderbroken te worden. Dus ook de dakelementen en niet te vergeten de panlatten!

D) Horizontale plaatsing (evenwijdig met de nok) (enkel sandwich dakelelementen)

  • Minimum opleg van 30 mm ter hoogte van het oplegpunt.
  • Controleer of de draagstructuur voldoende stabiliteit garandeert (zeker bij renovatie).
  • Steeds onderdak aanbrengen.

Voor meer informatie kan u onze technische details raadplegen. Gelieve ons bij complexe dakstructuren te contacteren.

 

Lengte van het dakelement

De lengte van het dakelement wordt door volgende factoren bepaald:

A) De afschuining

Het type van afschuining (zie schuinzaagmogelijkheden) in combinatie met de hellingshoek van het hellend dak en de dikte van het dakelement bepalen de bijtelling van de afschuining die moet gebeuren om de correcte, volledige lengte L van het dakelement te bekomen.

Bemerking: bij sandwich dakelementen dient men bij het bepalen van de lengte ook rekening te houden met de bijkomende hoogte (standaard 20 mm) van de tengellatten.

B) De binnenlengte

De binnenlengte van het dakelement is de lengte van de onderzijde van het dakelement zonder de eventuele oversteeklengte.

C) De oversteek

De horizontale lengte a is de lengte van de buitenkant van het buitenspouwblad tot het einde van de onderkant van het dakelement. Om de lengte van de panelen te bepalen hebben we de schuine lengte X nodig.

Breedte van het te dekken dakvlak

A) Zonder oversteek

Mogelijkheid 1

De breedte van het te dekken dakvlak is de afstand tussen de binnenspouwbladen (A) + 2 keer een opleg van minimum 30 mm. Vermijd koude bruggen door zoveel mogelijk opleg te voorzien zonder het buitenspouwblad te raken. (Laatste dakelement moet eventueel verzaagd worden)

Mogelijkheid 2

De breedte van het te dekken dakvlak is de breedte van het gebouw. (Laatste dakelement moet eventueel verzaagd worden)

B) Met oversteek

De breedte van het te dekken dakvlak is de breedte van het gebouw + de breedte van de oversteken te rekenen vanaf het buitenspouwblad.

Maximum oversteek zonder ondersteuning is ± 200 mm bij openschalige elementen, omdat de voorlaatste keper steeds nog bevestigd dient te worden in de gording. Voor extra grote oversteken ter hoogte van topgevels raadpleeg Unilin Systems.