De Unilin overspanningen zijn berekend volgens de hieronder genoemde gegevens (mits anders vermeld):

  • Permanente belasting:
  • 0,10 kN/m² (licht belast)
  • 0,50 kN/m² (zwaar belast)
  • 0,70 kN/m² (zwaar belast, bij alle SW DR elementen)
  • Deze gewichten zijn exclusief het eigen gewicht van de dakelementen.
  • Lichte belasting =  Kunststof en bitumen dakbedekkingen.
  • Zware belasting = grind, pannen en rieten dakbedekkingen.
  • Veranderlijke belastingen conform NEN 6702:
  • Sneeuwbelasting volgens NEN 6702
  • Geconcentreerde belasting 1,5 kN
  • Windgebied I, bebouwd (p.w. = 0.64 kN/m²)
  • Lijnbelasting 2,0 kN/m² (over de lengte van 1m)
  • Veiligheidsklasse I
  • Klimaatklasse II
  • Nokhoogte 9 m
  • Referentieperiode 50 jaar

      Bij overspanningen gelijk aan de toelaatbare overspanningen in de tabellen moet rekening gehouden worden met een bijkomende doorbuiging van 1/250 x de overspanning.

      Afhankelijk van de overspanning en het gekozen plaattype in combinatie met de gekozen dakhelling dient rekening gehouden te worden met een toelaatbare doorbuiging van de elementen.

  • Overspanningen en overstekken; zie 1)
  • Overspanningen worden begrensd door de maximale productielengte.
  • Meervelds; zie 2)
  • Bij meerveldsoverspanningen moet het kleine veld tenminste 0,3 x het grote veld bedragen
  • Overstek; zie 3)
  • Bij goot, gemeten vanaf laatste bevestigingspunt in de schuinte van het dak.
  • Kopgeveloverstekken: in de breedterichting zijn de dakelementen minder sterk en stijf (in deze richting lopen geen sporen). Voor sandwichelementen betekent dit een maximaal kopgeveloverstek van 300mm en voor enkelschalige dakelementen een kopgeveloverstek van maximaal 150mm. Beide overstekken gemeten uit het hart van de laatste oplegging.
  • Indien de onderplaat 22 mm bedraagt, kan ook deze tabel worden aangehouden. 
  • Bij andere isolatiewaarden met een spoorhoogte zoals aangegeven in de tabel kunnen dezelfde overspanningen gehanteerd worden.
 

Verdeling van Nederland in 3 Windgebieden

Gebied I: Markermeer, Waddeneilanden en de provincie Noord-Holland ten noorden van de gemeenten Heemskerk, Uitgeest, Wormerland, Purmerend en Edam-Volendam;
Gebied II: Het resterende deel van de provincie Noord-Holland, de provincies Groningen, Friesland, Flevoland, Zuid-Holland en Zeeland;
Gebied III: Het resterende deel van Nederland.
In de meeste gevallen geldt: gebied I of II bebouwd.